Blik op een boek: “Socrates en Orunmila. Wat we van Afrikaanse filosofie kunnen leren” van Sophie Oluwole

We negeren een deel van ons bestaan als mens als we blijven neerkijken op de rijkdom die de mensheid al heeft voortgebracht en als we niet leren openstaan voor anderen. Er ligt heel wat wijsheid verscholen in oude an andere culturen. Vanuit onze witte suprematie zijn we de ultieme betweters die ondertussen de aarde naar de verdoemenis helpen. Het heeft me altijd geïnspireerd om ‘andere auteurs’ te lezen en te horen. Graag stel ik jullie een boek voor over Afrikaanse filosofie. Sophie Oluwole schreef “Socrates en Orunmila. Wat we van Afrikaanse filosofie kunnen leren.”

9789025905873

Het is een helder boek dat beide filosofen voorstelt als historische figuren maar evengoed als rolmodellen in hun tijd, als mythische figuren ook. Er zijn veel parallellen in hun denken en ook in wie ze waren in het leven.

De bakermat van onze geschiedenis die vaak wordt gelegd bij die Griekse filosofen is dus niet zo uniek als we zouden denken. Het boek maakt komaf met alleszins één mythe, namelijk dat Orunmila en zijn filosofisch systeem een religieus denken is. Oluwole toont overtuigend aan dat door een vertaalfout er een hele misinterpretatie van dit rijke werk is ontstaan en de Afrikaanse filosofie nooit haar bijdrage aan de wereldfilosofie heeft kunnen leveren.

Als we wel echt gaan luisteren naar de ideeën van Orunmila die zijn uiteengezet in het Ifacorpus, dan wil ik er graag enkele met jullie delen vooral diegene die te maken hebben met democratie – en die anders zijn dan wat de Griekse traditie ons hierover leerde. Het bestuur was er georganiseerd in kleine soevereine gebieden. Vertegenwoordigers van het volk waren niet onschendbaar en moesten dus ten allen tijde verantwoording kunnen afleggen voor hun integer handelen. Zowel mannen als vrouwen hadden stemrecht en in de prekoloniale koninkrijken waren er vrouwelijke bestuurders. Vrouwen hadden ook belangrijke sectoren van de samenleving in handen zoals de economie en de handel.

Om een echte democratie te hebben, was het belangrijk om ook andere stemmen te horen: nieuwkomers werd stemrecht gegeven. Terwijl in onze samenleving vandaag vluchtelingen en migranten buiten hun ‘land van herkomst’ veelal fundamentele rechten ontberen, die de burgers van een ‘land van aankomst’ wel toekomen. Vanuit complementair denken, dat zo eigen is aan de Afrikaanse filosofie, leren we dat “fundamentele mensenrechten aan nieuwkomers onthouden, tegelijkertijd betekent die van onszelf aantasten. De denkwijzen van nieuwkomers doen ertoe, zij zijn onderdeel van het geheel. We missen iets zonder hun perspectief.”

Een Yorubagezegde luidt “Eenieder die uitspreekt het bestaan van de ander te ontkennen, ontkent in één adem zijn eigen bestaan.”

Deze democratische idealen zijn teloorgegaan toen het Westen Afrika zijn verarmde versie van democratie oplegde, betoogt Oluwole in het boek.

Wat we van de Afrikaanse filosofie kunnen leren is: “Het besef dat de mens één geheel is en dat hij een éénheid vormt met zijn medemens, de natuur en God. De Westerse filosofie vertoont de neiging kunstmatige tegenstellingen op te werpen tussen de kennende en handelende mens, tussen de vrijheid van het individu en het algemeen belang van een gemeenschap, tussen technologische welvaart en harmonie met de natuur.

Niet voor niets is de Lewismethode van Deep Democracy in Zuid-Afrika groot geworden waar het complementaire en collectieve denken, Ubuntu – ‘Ik ben omdat wij zijn’ – de heersende traditie is.