LEV(EN)

schaap

Dit weekend gebeurde er iets bijzonders. Het was heel lang geleden dat Goede Vrijdag en Pasen samenvielen met het Joodse feest Pesach of de Pass-over. We hanteren immers andere kalenders en leven zo deels ook in andere werelden. Toevallig had ik Myrna Lewis die dag aan de lijn en we stonden daar even bij stil. Bij die verhalen die zo’n overweldigende invloed gehad hebben en nog hebben op mensen en hun route door het leven en op samenlevingen en hoe die zijn vormgegeven.

Nadat we dit bijzonder gesprek hadden, zag ik een mail binnenkomen van mijn dierbare mentor Marc Colpaert. Hij vertelde dat de vorige dag Frans Goetghebeur was overleden en citeerde hem: “De dood wordt dan niets anders dan de poort tot geboorte. Niets dat leeft moet sterven. Het verandert slechts van vorm…. De dood is niet het einde van het leven. Wel misschien het einde van een illusie, de bevrijding van lijden, van de keten van oorzaak en gevolg. In die zin is de dood een gezegend moment van het bestaan, het moment waarin ons de Werkelijkheid zoals ze is geopenbaard wordt. De dood tilt ons uit boven angst en schuldgevoelens, zoals het verhaal van het lege graf in het christelijke evangelie ons duidelijk maakt. De wederopstanding betekent dat de liefde sterker is dan de dood.”

En ik las de voorbije weken twee boeken waarin joodse mensen de hoofdrol spelen. Het ene boek speelt zich af in Antwerpen en heet Mazzeltof. Margot Vanderstraeten vertelt er over haar ervaringen als huislerares van kinderen uit een orthodox-joods gezin. En ik las het prachtige boek ‘De verbintenis van tegenpolen’ van Alice Hoffman over een joodse familie in Saint Thomas en Parijs, begin 19e eeuw. Het verhaal gaat over Rachel, de Joods-Creoolse moeder van de beroemde impressionistische schilder Pissarro. Het verhaal is deels autobiografisch.

mazel tov

Synchroniciteit zou Mindell het noemen. Op hetzelfde moment komen onverklaarbaar allerlei boodschappen op je af. En voor mij was de rode draad wel: de wereld ingaan, uit de beslotenheid van je eigen gemeenschap andere paden gaan verkennen. Doodgaan ook om nieuw leven te laten geboren worden. Soms letterlijk in de roman, die ik las, maar zeker ook figuurlijk. Afstand doen van vastgeroeste ideeën, een hoofdstuk afsluiten in je familiegeschiedenis, je bevrijden van je patronen. Thema’s waar ikzelf de laatste tijd ook intensief mee bezig was in voorbereiding op het geven van de level 4 training Deep Democracy.

In beide boeken over joodse mensen valt het zo op dat deze gemeenschap, zo verspreid over de wereld, eigenlijk ook voortdurend aan het reizen en verhuizen is. Omwille van zakendoen, omwille van de liefde, omwille van gedwongen vlucht. En dat is natuurlijk waar Pesach over gaat. In se is het een feest van vrijheid. Men viert het bevrijden uit de slavernij en men herdenkt de vlucht uit Egypte waar de zeeën opengingen om Mozes en zijn volk door te laten gaan. Wat een symboliek schuilt er in dit verhaal! Het is een verhaal van uitverkoren zijn, natuurlijk en dat is wat men joodse mensen vaak ook ‘verwijt’, hun gevoel van superioriteit. Maar dat de zeeën opengaan in psychologische zin is een verhaal van bewustwording. Als de waterlijn wijkt voor jou, sta je oog in oog met wat er tot dan toe onzichtbaar of nog onbewust was. En is het dat niet wat vele mensen die migreren, zeker zij die gedwongen vluchten, meemaken en wat hen heel kwetsbaar maar ook heel krachtig kan maken. Zij ‘zien’ de wereld op een heel andere manier. Zij hebben natuurlijk ook vaak dingen gezien die onzegbaar zijn, ondenkbaar zelfs en het is vreselijk dat dit op deze wereld zo vaak moet gebeuren. Maar vaak zijn ze door die gebeurtenissen ook kanten van zichzelf tegengekomen die ze nog niet zo gezien hadden. Het is ook een enorm groeiproces. Het is doodgaan en een ander leven binnengaan.

Het is dat waar als ik hulpverleners in een intervisie zie, zij vaak zo versteld van staan bij hun cliënten: de enorme veerkracht die migratie met zich meebrengt. Misschien kunnen we dus iets vaker met de woorden van een lama – liefde is sterker dan de dood en tilt ons uit boven onszelf- kijken naar mensen die vandaag in onze samenleving wonen en die recent gevlucht zijn of ook zij die eigenlijk de hele tijd op de vlucht zijn. Het woordje liefde is trouwens nauw verwant met het Hebreeuwse LEV wat ‘hart’ betekent. Maar dus ook een sterke connectie heeft met ‘lef’, moed. Het lef hebben om andere paden te gaan betreden. Het lef om in een samenleving je eigenheid te laten zien, anders te zijn.

En tegelijkertijd met lef is er natuurlijk ook angst. En kunnen we daar ook met mildheid naar kijken? Angst die soms leidt tot een gedwongen terugplooien op je eigen gemeenschap, je afscheiden van de wereld om je heen en een verpletterende sociale controle. Want je wil niet dat jij opvalt, je wilt niet dat er iemand van jouw gemeenschap opvalt, want dan kan je weer vervolgd worden, weer uitgemoord, weer moeten vluchten. Deze patronen zijn voor sommige volkeren zo ingesleten, lijkt het wel, dat ze al generaties meegaan. Voor het joodse volk, is het een patroon van in Mozes’tijd en dit werd erg versterkt door de genocide tijdens de tweede Wereldoorlog. In de twee boeken die ik las, was dit een overheersend patroon, ook in de narratieven die jonge kinderen hier rond meekrijgen. “We moeten en sterke en gesloten gemeenschap zijn en er alles aan doen om in een samenleving niemand tot last te zijn.” Als een politicus vandaag de dag dus het ene volk met een ander vergelijkt op de assimilatieladder, denk ik dat de psychologische impact, de rol die die volkeren dragen in de nog niet zo oude geschiedenis van de mensheid veronachtzaamd wordt. Het is de rol van de vluchteling, van de eeuwige migrant op zoek naar ene veilige plek.

En dus gaat het ook over zij die blijven, of die denken dat ze daar al tijden resideren. Wat doen zij om die ‘ander’ een veilige plek te bieden? Of waarom doen ze het niet? Laat ons eens even stilstaan bij die zogenaamde residenten. Hoelang is het eigenlijk geleden dat ‘de Vlamingen’ hier aankwamen. Als we allemaal zoveel Spaans bloed hebben en nog steeds zo G…dvrezend zijn, is het dan al zo lang geleden dat Vlamingen op de vlucht waren – de Inquisitie dateert van de 15e/16e eeuw? Of tijdens de grote hongersnood: zijn toen niet al die Vlaamse boerkes de uitweg uit de armoe gaan zoeken op Noord-Franse bodem? Of tijdens de Wereldoorlogen: hoeveel Vlaamse babietjes zijn er toen geëvacueerd in een kruiwagen over de Nederlandse grens? Het zijn verhalen die je nu nog kan beluisteren, als je naar je opa en oma luistert. Of in je familiestamboom duikt.

Kan je onze angst voor die vluchtelingenstroom en al die nare dingen die er over vluchtelingen en hun barbaarse gewoontes gezegd worden, niet zien als een projectie van een verleden waar wij gewoon nog niet mee klaar zijn? Wij Vlamingen, vluchtelingen, tijdelijke residenten van midden-Europa. Hoe is het om onszelf te verzoenen met deze schaduwkant? Moeten we de ander verwijten dat zij hun huiswerk moeten doen, als wij het onze nog niet hebben aangevat? Waarom claimen wij deze grond als de grond van allen is?

Vrolijk Pasen, Happy Pass-over, laat LEVEN!